Van 9

De vijand in het donker

is een gevaarlijke man. Hij jaagt op de vrienden van en zorgt dat ze opgepakt worden. Iedereen kent zijn naam en iedereen is bang voor hem.

Op de weg naar de stad gebeurt er iets. Er is een fel licht en hij valt op de grond. Hij hoort een stem die zijn naam zegt en vraagt: waarom doe je mij dit aan? Als hij overeind komt, kan hij niets meer zien. Drie dagen zit hij in het donker. Hij eet niet en hij drinkt niet.

In diezelfde stad woont . zegt tegen hem: ga naar Saulus toe.

Ananias schrikt zich rot en zegt het gewoon hardop. Weet u wel wie dat is? Ik heb gehoord wat die man doet. Hij is hiernaartoe gekomen om ons op te halen.

Maar hij gaat. Hij loopt dat huis binnen, legt zijn handen op de schouders van de gevaarlijkste man die hij kent, en zegt: Saul, mijn broeder.

Saulus verandert in het donker, maar niet in zijn eentje. Er moest iemand naar binnen lopen die net zo bang was als jij zou zijn.

Naar nu

Herken jij dat?

Het kind dat je het hele jaar heeft gepest, komt naar je toe en zegt sorry.

Je gelooft er niets van. Dat is ook niet gek — je hebt honderd keer meegemaakt dat hij aardig deed en daarna weer niet. Je gezicht staat al op nee voordat je iets hebt gezegd.

En hier zit iets moeilijks. Iemand die wil veranderen, kan dat bijna nooit alleen. Hij heeft iemand nodig die hem alvast een keer gelooft, terwijl het nog helemaal niet zeker is.

Dat hoef jij niet te zijn. Als hij jou al die tijd heeft gepest, is dat echt niet jouw taak. Maar iemand moet het doen, anders blijft hij precies wie hij was.

Hem nog een kans geven? Eens een leugenaar, altijd een leugenaar. Dat weet ik als geen ander!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wie geloofde jou een keer terwijl je het zelf nog niet zeker wist?
  • Wie wacht er misschien nog op een tweede kans van jou? Wil je die geven?
  • Als jij morgen iets heel anders zou doen dan anders, wie zou dat als eerste geloven?

Spiegelzin

Het liefst zou ik hem nooit meer vertrouwen, maar ik heb geleerd dat wie echt wil veranderen bijna nooit alleen verandert — hij heeft iemand nodig die hem alvast één keer gelooft.

Nawoord

De spiegel neerleggen

Dit waren ze. Verhalen, sommige duizenden jaren oud.

Wat opvalt als je ze achter elkaar leest, is hoe weinig mensen veranderd zijn. Ze waren jaloers op hun broer. Ze liepen door terwijl er iemand lag. Ze deden alsof ze hun vriend niet kenden toen het spannend werd.

Dat is misschien niet vrolijk. Maar het is wel geruststellend. Wat jij voelt is niet raar en niet nieuw.

De verhalen lossen niets voor je op. Ze helpen je alleen beter naar jezelf te kijken.

Terug naar het gewone leven

Klein werk

Het echte werk begint als je dit boek dichtslaat. Een lelijke opmerking inslikken. Iemand opzoeken die er alleen bij staat. Een keer niets terugdoen. Vragen: weet je dat zeker?

Veel meer is het niet.

Kijk nog één keer in de spiegel:

  • Welk verhaal neem je mee in je rugzak?
  • Wat ga je morgen een klein beetje anders doen?
  • Wie ben jij, als je in de spiegel kijkt?

Mijn verhaal

Wat heb jij beleefd?

Alle verhalen in dit boek zijn ooit door iemand opgeschreven, omdat er iets gebeurd was dat hij niet wilde vergeten.

Nu jij.

Typ hier iets op dat jou is overkomen. Het hoeft niet bijzonder te zijn.

Over duizenden jaren is dit ook een oud verhaal.

Mijn verhaal

Dit is wat er gebeurde en zo ging ik ermee om:

Ik voelde mij vooral…

Voor ouders en verzorgers

Voor wie meeleest

Dit boek stelt vragen waar geen goed antwoord op is. Dat is geen bescheidenheid; dat is de bedoeling.

Verbeter het antwoord niet. Zegt een kind dat het niet jaloers was terwijl u zag van wel, laat het dan staan. De vraag heeft zijn werk gedaan op het moment dat hij gesteld is.

Stilte is ook een antwoord. Soms betekent “weet ik niet” gewoon: niet nu, en niet aan u.

Voor ouders en verzorgers

Nog twee dingen

Geef zelf ook antwoord. Kinderen praten pas eerlijk als er iemand vóór hen eerlijk is geweest. Een volwassene die vertelt wanneer hij zelf doorliep, doet meer dan tien vragen.

En pas op met de timing. Een kind mag zelf een hoofdstuk opzoeken na een rotdag; dat is precies waar dit boek voor is. Maar als ú het aandraagt, tien minuten na de ruzie waar het over gaat, is het geen spiegel meer. Dan is het een preek met een omweg. Wacht een dag.

Dankwoord

Dank je wel dat je tot hier gelezen hebt

Dit boek begon als iets voor drie kinderen aan mijn eigen tafel. Dat het nu ook bij jou terecht is gekomen, vind ik nog steeds bijzonder.

Ik hoop dat er ergens tussen deze bladzijden een verhaal zat dat iets voor je deed. Een vraag die bleef hangen. Een spiegelzin die je een tweede keer las.

Deze app is gratis, zodat hij zoveel mogelijk kinderen kan bereiken — en dat blijft zo.

Met dank

Maker van De Spiegelbijbel

De auteur van De Spiegelbijbel is Huibert Jan Versnel. Hij groeide op in het hart van de Nederlandse bijbelbelt en bezocht een openbare school in een omgeving waar voor velen religie het dagelijks leven bepaalde. Hoewel zijn ouders onkerkelijk waren en er thuis niet gebeden werd, stonden de universele waarden uit de christelijke traditie centraal in zijn opvoeding.

Versnel is zelf niet gelovig, maar ziet in de bijbelse verhalen waardevolle lessen voor onze gefragmenteerde maatschappij. Hij stelde dit boek samen als een oprechte poging om de archetypische wijsheden uit deze oeroude teksten een praktische, moderne betekenis te geven voor iedereen, ongeacht hun geloofsovertuiging.