
Van 22
Hou niet te strak vast
heeft heel lang op een zoon gewacht. Als er eindelijk is, is hij alles voor hem.
En dan vraagt hem het zwaarste wat er bestaat. Hij moet zijn zoon opgeven.
Abraham zegt niets terug. Hij staat 's ochtends vroeg op, zadelt zijn ezel en gaat op weg. Drie dagen lopen ze samen. Onderweg vraagt Isaak iets, en Abraham geeft een antwoord dat eigenlijk geen antwoord is.
Boven op de berg, op het allerlaatste moment, roept een engel hem toe. Stop. Doe hem niets.
Er staat een ram in de struiken.
Ze lopen samen naar beneden. Maar er staat nergens meer bij dat ze onderweg nog iets tegen elkaar zeiden.
Naar nu
Herken jij dat?
Er is iets wat je heel graag hebt. Een vriendschap bijvoorbeeld. En juist omdat je die zo graag wilt houden, ga je er raar van doen.
Je wordt boos als hij een keer met iemand anders speelt. Je vraagt voor de tiende keer of jullie nog wel beste vrienden zijn. Je let op wie hij aankijkt in de pauze.
En dan gebeurt het gekke: door zo hard te knijpen, duw je hem weg.
Bij spullen werkt het anders dan bij mensen. Hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.
Delen? Echt niet. Ik hou hem zo stevig vast dat niemand anders meer bij hem in de buurt komt!
Kijk eens in de spiegel:
- Heb jij weleens iemand zo stevig vastgehouden dat het benauwd werd?
- Hoe voelt het als iemand jou geen ruimte geeft?
- Wat vind je van dit verhaal? Je mag het ook gewoon een naar verhaal vinden.
Spiegelzin
Het liefst zou ik hem voor mezelf houden, maar ik heb geleerd dat hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.

Van 28
De bijzondere steen
Jakob is op de vlucht voor zijn broer. Hij heeft hem bedrogen en nu moet hij weg.
De avond valt en hij is nergens. Geen dorp, geen huis, geen mens. Hij gaat liggen in het zand en legt zijn hoofd op een steen.
En daar, op die steen, in het slechtste bed van zijn leven, droomt hij. Hij ziet een trap die van de grond tot in de hemel reikt, met engelen die op en neer gaan.
Als hij wakker wordt, kijkt hij om zich heen naar hetzelfde lege zand als gisteravond.
Hij zegt: was hier, en ik wist het niet.
Dan zet hij die steen rechtop, geeft de plek een naam — , huis van God — en loopt verder. Later krijgt zelf ook een nieuwe naam: Israël.
Naar nu
Herken jij dat?
Je fietst elke dag door dezelfde straat. Je kent elke stoeptegel en er is niks aan.
Tot je op een ochtend stilstaat bij een spinnenweb dat vol dauwdruppels hangt en in de zon staat te glinsteren.
Die straat was gisteren precies hetzelfde. En eergisteren ook. Alleen keek je niet.
Het gekke is dat zulke momenten meestal niet komen op de dagen dat je er zin in hebt. Ze komen als je moe bent, of te laat, of chagrijnig.
Opletten? Waarom zou ik. Er gebeurt toch nooit iets bijzonders op zo'n saaie plek!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer zag jij iets heel gewoons dat ineens mooi was?
- Wat is de saaiste plek die je kent? Wat zou je daar zien als je een minuut stil bleef staan?
- Wat is jouw steen — een plek waar iets gebeurde dat je niet vergeet?
Spiegelzin
Het liefst zou ik doen alsof ik niets bijzonders zag, maar ik heb geleerd dat de gewoonste plekken soms precies zijn waar iets belangrijks gebeurt.

Van 37
De droomjas in de put
heeft twaalf zonen en van houdt hij het meest. Dat verbergt hij niet. Hij geeft hem een prachtige jas, terwijl de anderen niets krijgen.
Jozef trekt hem elke dag aan.
En dan gaat hij ook nog zijn dromen vertellen. Ik droomde over , zegt hij, en die van jullie bogen voor die van mij. Even later heeft hij er nog een: de zon en de maan en elf sterren bogen voor mij.
Hij vertelt het gewoon. Hij ziet niet wat het doet.
Zijn broers worden gek van hem. Als hij op een dag naar het veld komt, gooien ze hem in een put. Even later halen ze hem eruit en verkopen ze hem aan een die voorbijkomt.
Zijn jas nemen ze mee naar huis. Tegen hun vader zeggen ze dat Jozef dood is.
Naar nu
Herken jij dat?
Je haalt een dikke voldoende voor een toets waar je nauwelijks voor hebt geleerd. Je vertelt het meteen. En nog een keer. En dan nog een keer, aan iemand die het al gehoord had.
Naast je zit iemand die drie avonden heeft zitten blokken en een onvoldoende heeft.
Jij doet niets verkeerd. Je bent gewoon blij.
Maar er zit verschil tussen blij zijn en het steeds opnieuw vertellen. En dat verschil merk je bijna nooit als je zelf aan de goede kant zit.
Excuses? Kom nou. Ik duw hem gewoon in de eerste de beste put die ik tegenkom!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer had jij goed nieuws terwijl iemand naast je juist pech had? Wat deed je?
- Wat krijg jij makkelijker dan anderen? Heb je dat zelf door?
- Wie is er weleens jaloers op jou? Weet je dat zeker?
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik niks verkeerd deed, maar ik heb geleerd dat blij zijn met jezelf en het steeds aan een ander laten weten twee heel verschillende dingen zijn.