Van 28

De bijzondere steen

Jakob is op de vlucht voor zijn broer. Hij heeft hem bedrogen en nu moet hij weg.

De avond valt en hij is nergens. Geen dorp, geen huis, geen mens. Hij gaat liggen in het zand en legt zijn hoofd op een steen.

En daar, op die steen, in het slechtste bed van zijn leven, droomt hij. Hij ziet een trap die van de grond tot in de hemel reikt, met engelen die op en neer gaan.

Als hij wakker wordt, kijkt hij om zich heen naar hetzelfde lege zand als gisteravond.

Hij zegt: was hier, en ik wist het niet.

Dan zet hij die steen rechtop, geeft de plek een naam — , huis van God — en loopt verder. Later krijgt zelf ook een nieuwe naam: Israël.

Jakob koos deze plek niet uit. Hij viel er toevallig neer, op zijn slechtste avond — en blijkt daar niet alleen te zijn geweest.

Naar nu

Herken jij dat?

Je fietst elke dag door dezelfde straat. Je kent elke stoeptegel en er is niks aan.

Tot je op een ochtend stilstaat bij een spinnenweb dat vol dauwdruppels hangt en in de zon staat te glinsteren.

Die straat was gisteren precies hetzelfde. En eergisteren ook. Alleen keek je niet.

Het gekke is dat zulke momenten meestal niet komen op de dagen dat je er zin in hebt. Ze komen als je moe bent, of te laat, of chagrijnig.

Opletten? Waarom zou ik. Er gebeurt toch nooit iets bijzonders op zo'n saaie plek!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wanneer zag jij iets heel gewoons dat ineens mooi was?
  • Wat is de saaiste plek die je kent? Wat zou je daar zien als je een minuut stil bleef staan?
  • Wat is jouw steen — een plek waar iets gebeurde dat je niet vergeet?

Spiegelzin

Het liefst zou ik doen alsof ik niets bijzonders zag, maar ik heb geleerd dat de gewoonste plekken soms precies zijn waar iets belangrijks gebeurt.

Van 37

De droomjas in de put

heeft twaalf zonen en van houdt hij het meest. Dat verbergt hij niet. Hij geeft hem een prachtige jas, terwijl de anderen niets krijgen.

Jozef trekt hem elke dag aan.

En dan gaat hij ook nog zijn dromen vertellen. Ik droomde over , zegt hij, en die van jullie bogen voor die van mij. Even later heeft hij er nog een: de zon en de maan en elf sterren bogen voor mij.

Hij vertelt het gewoon. Hij ziet niet wat het doet.

Zijn broers worden gek van hem. Als hij op een dag naar het veld komt, gooien ze hem in een put. Even later halen ze hem eruit en verkopen ze hem aan een die voorbijkomt.

Zijn jas nemen ze mee naar huis. Tegen hun vader zeggen ze dat Jozef dood is.

Bij stond je naast iemand die meer kreeg. Hier ben je de ander. Jozef doet niets gemeens. Hij merkt alleen niets.

Thema's

Naar nu

Herken jij dat?

Je haalt een dikke voldoende voor een toets waar je nauwelijks voor hebt geleerd. Je vertelt het meteen. En nog een keer. En dan nog een keer, aan iemand die het al gehoord had.

Naast je zit iemand die drie avonden heeft zitten blokken en een onvoldoende heeft.

Jij doet niets verkeerd. Je bent gewoon blij.

Maar er zit verschil tussen blij zijn en het steeds opnieuw vertellen. En dat verschil merk je bijna nooit als je zelf aan de goede kant zit.

Excuses? Kom nou. Ik duw hem gewoon in de eerste de beste put die ik tegenkom!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wanneer had jij goed nieuws terwijl iemand naast je juist pech had? Wat deed je?
  • Wat krijg jij makkelijker dan anderen? Heb je dat zelf door?
  • Wie is er weleens jaloers op jou? Weet je dat zeker?

Spiegelzin

Het liefst zou ik zeggen dat ik niks verkeerd deed, maar ik heb geleerd dat blij zijn met jezelf en het steeds aan een ander laten weten twee heel verschillende dingen zijn.

Van 3

De struik die niet opbrandde

past op de schapen van zijn schoonvader. Hij is ver van huis en ver van iedereen. Vroeger woonde hij in een paleis. Nu loopt hij hier, met een stok.

Dan ziet hij iets vreemds. Een doornstruik staat in brand. Maar hij brandt niet op. De vlammen gaan door en de struik blijft staan.

Hij loopt ernaartoe om het beter te zien. En uit het vuur roept zijn naam.

Hij krijgt een opdracht: ga terug, en haal je volk daar weg.

Mozes begint meteen te sputteren. Wie ben ik nou? Ze geloven me nooit. Ik kan helemaal niet goed praten, dat weet u toch?

Vier keer probeert hij eronderuit te komen. Vier keer.

En dan gaat hij.

Mozes wacht niet tot hij zich dapper voelt, want dat gebeurt niet. Hij gaat terwijl hij het nog steeds eng vindt.

Naar nu

Herken jij dat?

Morgen je spreekbeurt. Vanavond in bed bedenk je alles wat er mis kan gaan. Je stem doet raar. Je vergeet je tekst. Iemand lacht.

Je hoopt een klein beetje dat je ziek wordt.

En dan sta je er, en begint het. Het eerste zinnetje is het ergst. Daarna hoor je jezelf gewoon praten, en voor je het weet ben je bij je laatste plaatje.

De zenuwen gingen niet weg vóór je begon. Ze gingen weg terwijl je bezig was.

Gewoon doen? Mooi niet. Ik verzin een smoesje en ben er voorgoed vanaf!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wat schuif jij voor je uit omdat je het te spannend vindt?
  • Welk smoesje gebruik jij het vaakst?
  • Wat zou je doen als je wist dat het niet erg was om te mislukken?

Spiegelzin

Het liefst zou ik zeggen dat ik het vergeten was, maar ik heb geleerd dat de zenuwen pas weggaan zodra je toch begint.