
Van 11
De toren die te hoog werd
Iedereen op aarde spreekt dezelfde taal. Ze verstaan elkaar zonder moeite en ze kunnen alles samen.
Dan krijgen ze een groot idee. Laten we een toren bouwen die tot in de wolken komt. Dan ziet iedereen hoe geweldig wij zijn.
De toren gaat de lucht in. Steen op steen op steen.
En hoe hoger hij komt, hoe minder ze naar elkaar luisteren. Iedereen is bezig met de toren en niemand nog met de mensen ernaast.
Dan haalt hun taal door elkaar. Ze staan naast elkaar en verstaan er niets meer van. Het bouwen stopt en iedereen gaat een andere kant op.
De toren is nooit afgekomen.
Naar nu
Herken jij dat?
Je bouwt met een paar vrienden een hut in de tuin. In het begin gaat het goed. Maar hoe groter de hut wordt, hoe meer iedereen zijn eigen zin wil doordrijven — de een wil een dak van takken, de ander van een deken, een derde vindt dat het allemaal anders moet. Iedereen roept, niemand luistert.
Jullie spreken allemaal Nederlands. En toch verstaan jullie elkaar niet.
Het enige dat helpt is even stil te zijn, naar iemand toe te lopen en gewoon te vragen: zullen we dit doen?
Naar hem luisteren? Nooit geweest. Ik hoop stiekem dat zijn hele toren instort!
Kijk eens in de spiegel:
- Merk jij ook dat roepen sneller ruzie geeft dan gewoon praten?
- Wanneer luisterde jij echt naar iemand die iets anders vond dan jij?
- Bij wie zou je vandaag liever even gaan zitten, in plaats van ertegen te blijven roepen?
Spiegelzin
Het liefst zou ik gewoon blijven roepen tot iedereen het met mij eens was, maar ik heb geleerd dat je elkaar niet beter verstaat door harder te roepen — alleen door echt te luisteren.

Van 12
De grote verhuizing
heeft een prima leven. Een vaste plek, familie om zich heen, alles bekend. En hij is niet jong meer.
Dan zegt tegen hem: ga weg hier. Naar een land dat ik je wijzen zal.
Geen kaart. Geen adres. Geen idee hoe lang het duurt of hoe het eruitziet als hij er is. Alleen dat het goed zal zijn.
Hij pakt zijn spullen. Hij neemt zijn vrouw mee, en zijn neef, en alles wat hij bezit. En hij loopt de stadspoort uit.
Wat hij achterlaat is zeker. Wat hij tegemoet loopt is dat niet.
*(Verderop in het boek heet hij Abraham. Dat is dezelfde man; hij krijgt onderweg een nieuwe naam.)*
Naar nu
Herken jij dat?
De avond voor je eerste dag op een nieuwe school. Of voor je eerste training bij een club waar je niemand kent. Je maag knijpt samen en je wilt onder je dekbed blijven tot het over is.
En dan ga je toch. Je fietst erheen, je zet je fiets neer, je loopt naar binnen. Dat is het engste stuk: die twintig meter.
Drie weken later fiets je er gewoon heen zonder erbij na te denken. En weet je niet meer precies waar je zo bang voor was.
Vertrekken? Ik denk het niet. Ik blijf lekker thuis en doe alsof de rest van de wereld niet bestaat!
Kijk eens in de spiegel:
- Wat vind jij het spannendst aan iets nieuws?
- Wanneer bleek iets engs achteraf hartstikke mee te vallen?
- Wat zou je doen als je zeker wist dat het goed kwam?
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik geen zin had, maar ik heb geleerd dat het engste stuk van iets nieuws bijna altijd maar twintig meter lang is.

Van 22
Hou niet te strak vast
heeft heel lang op een zoon gewacht. Als er eindelijk is, is hij alles voor hem.
En dan vraagt hem het zwaarste wat er bestaat. Hij moet zijn zoon opgeven.
Abraham zegt niets terug. Hij staat 's ochtends vroeg op, zadelt zijn ezel en gaat op weg. Drie dagen lopen ze samen. Onderweg vraagt Isaak iets, en Abraham geeft een antwoord dat eigenlijk geen antwoord is.
Boven op de berg, op het allerlaatste moment, roept een engel hem toe. Stop. Doe hem niets.
Er staat een ram in de struiken.
Ze lopen samen naar beneden. Maar er staat nergens meer bij dat ze onderweg nog iets tegen elkaar zeiden.
Naar nu
Herken jij dat?
Er is iets wat je heel graag hebt. Een vriendschap bijvoorbeeld. En juist omdat je die zo graag wilt houden, ga je er raar van doen.
Je wordt boos als hij een keer met iemand anders speelt. Je vraagt voor de tiende keer of jullie nog wel beste vrienden zijn. Je let op wie hij aankijkt in de pauze.
En dan gebeurt het gekke: door zo hard te knijpen, duw je hem weg.
Bij spullen werkt het anders dan bij mensen. Hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.
Delen? Echt niet. Ik hou hem zo stevig vast dat niemand anders meer bij hem in de buurt komt!
Kijk eens in de spiegel:
- Heb jij weleens iemand zo stevig vastgehouden dat het benauwd werd?
- Hoe voelt het als iemand jou geen ruimte geeft?
- Wat vind je van dit verhaal? Je mag het ook gewoon een naar verhaal vinden.
Spiegelzin
Het liefst zou ik hem voor mezelf houden, maar ik heb geleerd dat hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.