
Van 4
De snelle route
is veertig dagen alleen in de woestijn. Geen eten, geen mensen, alleen zand en zijn eigen gedachten. Hij is uitgeput en rammelt van de honger.
En dan komt de duivel naast hem lopen. Hij klinkt vriendelijk en hij heeft drie voorstellen. Het slimme is: ze klinken alle drie heel redelijk.
*Je hebt honger. Kijk, overal stenen. Maak er brood van.*
*Ga op het hoogste puntje van de tempel staan en spring. Er komen engelen die je opvangen, en de hele stad ziet het. Dan weet iedereen meteen wie je bent.*
*Kijk naar alle landen van de wereld. Vandaag nog van jou. Je hoeft alleen even te buigen.*
Drie keer zegt hij nee. Niet omdat eten of gezien worden of iets te zeggen hebben slecht zijn. Maar omdat hij ze zo niet wil krijgen.
Dan is de duivel weg. En staat hij daar nog steeds. Met honger. En moet hij gewoon gaan lopen.
Naar nu
Herken jij dat?
Je speelt al dagen op hetzelfde level en het lukt maar niet. In de app zie je: koop deze upgrade en je hebt het meteen. Je koopt hem. Je wint. Maar binnen een paar minuten is de lol eraf, want je hebt eigenlijk niks gewonnen — en je bent ook nog eens geld kwijt.
Of je maakt een werkstuk over vulkanen en je plakt er een stuk tekst in dat je zelf niet snapt. Je krijgt een prima cijfer. En als iemand je daarna een vraag stelt over je eigen werkstuk, weet je even niet waar je moet kijken.
De korte weg wérkt bijna altijd. Alleen jij weet hoe je er gekomen bent.
Het eerlijk verdienen? Waarom zou ik. Ik koop het gewoon en doe alsof ik het zelf heb gepresteerd!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer nam jij voor het laatst de korte weg? Wat leverde het op, en wat kostte het?
- Wat zou jij het allerliefst kunnen, zonder dat je ervoor hoeft te oefenen?
- Als je zeker wist dat niemand er ooit achter kwam — zou je dan valsspelen? Denk even echt na voordat je nee zegt.
Spiegelzin
Het liefst zou ik het gewoon kopen, maar ik heb geleerd dat de korte weg je nooit de voldoening geeft van iets dat je zelf hebt verdiend.

Van 5
De rem erop
zit op een berghelling met een grote groep mensen om zich heen. Hij begint over een regel die iedereen kent: oog om oog. Doet iemand jou pijn, dan mag jij hem precies evenveel pijn doen. Netjes afgemeten.
En dan zegt hij iets vreemds. Krijg je een klap op je ene wang? Draai dan je andere wang naar hem toe.
Hij geeft nog zo'n voorbeeld. In die tijd mocht een soldaat je dwingen zijn tas een te dragen. Jezus zegt: draag hem twee mijl.
Dat is geen slap overgeven. Het is iets anders. Zolang jij automatisch terugslaat, bepaalt de ander wat jij doet. Op het moment dat je iets doet wat hij niet had zien aankomen, ben jij het weer die kiest.
Naar nu
Herken jij dat?
Je broertje port in je zij. Jij port terug. Binnen een minuut is het oorlog op de achterbank.
Doe je één keer helemaal niets — niet zuchten, niet kijken, niets — dan gebeurt er iets geks. Hij port nog een keer. En dan houdt het op. De lol was jouw reactie.
Maar dit werkt niet altijd. Bij plagen bijna wel. Bij echt pesten, dag na dag, werkt het niet, en het is ook niet jouw taak om dat in je eentje op te lossen. Dan is de sterkste zet niet je andere wang, maar iemand halen.
Dat is geen klikken en geen zwakte. Je haalt er iemand bij die groter is dan het probleem.
Rustig blijven? Mooi niet. Ik sla keihard terug — met rente!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer hielp niets-terugdoen bij jou, en wanneer werd het er juist erger van?
- Wanneer was jij degene die bleef porren tot de ander boos werd?
- Wie zou jij erbij halen als je het alleen niet meer redt?
Spiegelzin
Het liefst zou ik keihard terugslaan, maar ik heb geleerd dat wie automatisch terugslaat, nog steeds doet wat de ander wilde.

Van 7
Het zaagsel in je oog
vertelt een grapje. Echt, het is bedoeld als grap.
Stel je iemand voor die tegen zijn buurman zegt: wacht even, er zit een splintertje in je oog, laat mij het er even uithalen.
Alleen heeft die man zelf een balk in zijn eigen oog. Een hele balk. Een plank van een dak.
De mensen die het horen moeten lachen, want het beeld is belachelijk. Zo iemand ziet helemaal niets. Hij komt met die balk niet eens in de buurt van dat andere oog.
En dan komt de zin die het grapje omdraait: haal eerst die balk bij jezelf weg. Dan zie je pas scherp genoeg om je buurman echt te helpen.
Naar nu
Herken jij dat?
Je roept keihard door het huis dat je zusje haar schoenen wéér midden in de gang heeft gesmeten. Terwijl je eigen kamer eruitziet alsof er iets ontploft is.
Of op school. Je vindt het echt asociaal dat iemand steeds door de juf heen praat, en je zegt het tegen twee anderen. Wat je even niet meerekent, is dat jij gisteren precies hetzelfde deed.
Het gekke is dat je het bij jezelf niet ziet. Niet omdat je liegt. Maar omdat je bij jezelf van binnenuit kijkt en bij een ander van buitenaf. Bij jezelf weet je waaróm je het deed. Bij een ander zie je alleen wát hij deed.
Naar mezelf kijken? Ik dacht het niet. Ik wijs liever naar haar rotzooi en laat mijn eigen balk lekker staan!
Kijk eens in de spiegel:
- Waar ben jij bij een ander streng op, terwijl je het zelf ook doet?
- Wat zou je zusje of broertje zeggen als iemand vroeg: wat doet hij eigenlijk vervelend?
- Aan wie zou jij dat durven vragen?
Spiegelzin
Het liefst zou ik alleen naar haar rotzooi wijzen, maar ik heb geleerd dat ik zelf ook een balk heb — ik zie hem alleen nooit.