
Van het boek
De mopperaar in de zon
zegt tegen Jona: ga naar . Dat is de stad van de vijand, en Jona heeft geen zin. Dus gaat hij precies de andere kant op.
Er komt een storm. Hij wordt overboord gegooid, een reusachtige vis slikt hem in, en drie dagen later spuugt die hem uit op het strand.
Dan loopt hij alsnog naar Ninevé. Hij zegt één zin. En tot zijn verbijstering luistert de hele stad. Iedereen zegt sorry en gaat het anders doen.
Het loopt dus fantastisch af. En Jona is woedend.
Hij gaat buiten de stad op een heuvel zitten mokken. Boven zijn hoofd groeit een plant die hem schaduw geeft, en dáár is hij dolblij mee. Maar de volgende ochtend knaagt een wormpje de steel kapot. De plant verdroogt, de zon brandt, en Jona wil niet meer verder.
Dan stelt God hem de laatste vraag: je bent kapot van een plantje dat je niet eens zelf hebt geplant. En al die duizenden mensen dan?
Het boek stopt daar. We horen nooit wat Jona antwoordde.
Naar nu
Herken jij dat?
Er is een kind in je klas dat al het hele jaar vervelend doet. Jij weet precies wie hij is. Dat is die pestkop. Klaar.
En dan biedt hij een keer zijn excuses aan, en de juf zegt dat hij weer mag meedoen. Iedereen is blij. En jij staat ernaast en voelt iets raars: je baalt. Je hoopt eigenlijk een beetje dat hij het weer verpest.
Dat komt niet doordat je gemeen bent. Het komt doordat je hem al een vast plekje had gegeven in je hoofd, en dat plekje klopt nu niet meer.
Blij voor hem zijn? Vergeet het. Ik hoop stiekem dat hij het weer verpest, precies nu het eindelijk goed gaat!
Kijk eens in de spiegel:
- Wie heeft er bij jou een vast plekje in je hoofd? Klopt dat plekje nog?
- Wanneer baalde jij van iets leuks dat een ander overkwam?
- Waar werd jij deze week het meest boos om? Was dat ook het belangrijkste dat er die week gebeurde?
Spiegelzin
Het liefst zou ik hopen dat hij het weer verpest, maar ik heb geleerd dat ik hem dan nog steeds vastzet op de plek die ik hem ooit gaf — ook als hij daar allang niet meer past.

Van 4
De snelle route
is veertig dagen alleen in de woestijn. Geen eten, geen mensen, alleen zand en zijn eigen gedachten. Hij is uitgeput en rammelt van de honger.
En dan komt de duivel naast hem lopen. Hij klinkt vriendelijk en hij heeft drie voorstellen. Het slimme is: ze klinken alle drie heel redelijk.
*Je hebt honger. Kijk, overal stenen. Maak er brood van.*
*Ga op het hoogste puntje van de tempel staan en spring. Er komen engelen die je opvangen, en de hele stad ziet het. Dan weet iedereen meteen wie je bent.*
*Kijk naar alle landen van de wereld. Vandaag nog van jou. Je hoeft alleen even te buigen.*
Drie keer zegt hij nee. Niet omdat eten of gezien worden of iets te zeggen hebben slecht zijn. Maar omdat hij ze zo niet wil krijgen.
Dan is de duivel weg. En staat hij daar nog steeds. Met honger. En moet hij gewoon gaan lopen.
Naar nu
Herken jij dat?
Je speelt al dagen op hetzelfde level en het lukt maar niet. In de app zie je: koop deze upgrade en je hebt het meteen. Je koopt hem. Je wint. Maar binnen een paar minuten is de lol eraf, want je hebt eigenlijk niks gewonnen — en je bent ook nog eens geld kwijt.
Of je maakt een werkstuk over vulkanen en je plakt er een stuk tekst in dat je zelf niet snapt. Je krijgt een prima cijfer. En als iemand je daarna een vraag stelt over je eigen werkstuk, weet je even niet waar je moet kijken.
De korte weg wérkt bijna altijd. Alleen jij weet hoe je er gekomen bent.
Het eerlijk verdienen? Waarom zou ik. Ik koop het gewoon en doe alsof ik het zelf heb gepresteerd!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer nam jij voor het laatst de korte weg? Wat leverde het op, en wat kostte het?
- Wat zou jij het allerliefst kunnen, zonder dat je ervoor hoeft te oefenen?
- Als je zeker wist dat niemand er ooit achter kwam — zou je dan valsspelen? Denk even echt na voordat je nee zegt.
Spiegelzin
Het liefst zou ik het gewoon kopen, maar ik heb geleerd dat de korte weg je nooit de voldoening geeft van iets dat je zelf hebt verdiend.

Van 5
De rem erop
zit op een berghelling met een grote groep mensen om zich heen. Hij begint over een regel die iedereen kent: oog om oog. Doet iemand jou pijn, dan mag jij hem precies evenveel pijn doen. Netjes afgemeten.
En dan zegt hij iets vreemds. Krijg je een klap op je ene wang? Draai dan je andere wang naar hem toe.
Hij geeft nog zo'n voorbeeld. In die tijd mocht een soldaat je dwingen zijn tas een te dragen. Jezus zegt: draag hem twee mijl.
Dat is geen slap overgeven. Het is iets anders. Zolang jij automatisch terugslaat, bepaalt de ander wat jij doet. Op het moment dat je iets doet wat hij niet had zien aankomen, ben jij het weer die kiest.
Naar nu
Herken jij dat?
Je broertje port in je zij. Jij port terug. Binnen een minuut is het oorlog op de achterbank.
Doe je één keer helemaal niets — niet zuchten, niet kijken, niets — dan gebeurt er iets geks. Hij port nog een keer. En dan houdt het op. De lol was jouw reactie.
Maar dit werkt niet altijd. Bij plagen bijna wel. Bij echt pesten, dag na dag, werkt het niet, en het is ook niet jouw taak om dat in je eentje op te lossen. Dan is de sterkste zet niet je andere wang, maar iemand halen.
Dat is geen klikken en geen zwakte. Je haalt er iemand bij die groter is dan het probleem.
Rustig blijven? Mooi niet. Ik sla keihard terug — met rente!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer hielp niets-terugdoen bij jou, en wanneer werd het er juist erger van?
- Wanneer was jij degene die bleef porren tot de ander boos werd?
- Wie zou jij erbij halen als je het alleen niet meer redt?
Spiegelzin
Het liefst zou ik keihard terugslaan, maar ik heb geleerd dat wie automatisch terugslaat, nog steeds doet wat de ander wilde.