Van 37

De droomjas in de put

heeft twaalf zonen en van houdt hij het meest. Dat verbergt hij niet. Hij geeft hem een prachtige jas, terwijl de anderen niets krijgen.

Jozef trekt hem elke dag aan.

En dan gaat hij ook nog zijn dromen vertellen. Ik droomde over , zegt hij, en die van jullie bogen voor die van mij. Even later heeft hij er nog een: de zon en de maan en elf sterren bogen voor mij.

Hij vertelt het gewoon. Hij ziet niet wat het doet.

Zijn broers worden gek van hem. Als hij op een dag naar het veld komt, gooien ze hem in een put. Even later halen ze hem eruit en verkopen ze hem aan een die voorbijkomt.

Zijn jas nemen ze mee naar huis. Tegen hun vader zeggen ze dat Jozef dood is.

Bij stond je naast iemand die meer kreeg. Hier ben je de ander. Jozef doet niets gemeens. Hij merkt alleen niets.

Thema's

Naar nu

Herken jij dat?

Je haalt een dikke voldoende voor een toets waar je nauwelijks voor hebt geleerd. Je vertelt het meteen. En nog een keer. En dan nog een keer, aan iemand die het al gehoord had.

Naast je zit iemand die drie avonden heeft zitten blokken en een onvoldoende heeft.

Jij doet niets verkeerd. Je bent gewoon blij.

Maar er zit verschil tussen blij zijn en het steeds opnieuw vertellen. En dat verschil merk je bijna nooit als je zelf aan de goede kant zit.

Excuses? Kom nou. Ik duw hem gewoon in de eerste de beste put die ik tegenkom!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wanneer had jij goed nieuws terwijl iemand naast je juist pech had? Wat deed je?
  • Wat krijg jij makkelijker dan anderen? Heb je dat zelf door?
  • Wie is er weleens jaloers op jou? Weet je dat zeker?

Spiegelzin

Het liefst zou ik zeggen dat ik niks verkeerd deed, maar ik heb geleerd dat blij zijn met jezelf en het steeds aan een ander laten weten twee heel verschillende dingen zijn.

Van 3

De struik die niet opbrandde

past op de schapen van zijn schoonvader. Hij is ver van huis en ver van iedereen. Vroeger woonde hij in een paleis. Nu loopt hij hier, met een stok.

Dan ziet hij iets vreemds. Een doornstruik staat in brand. Maar hij brandt niet op. De vlammen gaan door en de struik blijft staan.

Hij loopt ernaartoe om het beter te zien. En uit het vuur roept zijn naam.

Hij krijgt een opdracht: ga terug, en haal je volk daar weg.

Mozes begint meteen te sputteren. Wie ben ik nou? Ze geloven me nooit. Ik kan helemaal niet goed praten, dat weet u toch?

Vier keer probeert hij eronderuit te komen. Vier keer.

En dan gaat hij.

Mozes wacht niet tot hij zich dapper voelt, want dat gebeurt niet. Hij gaat terwijl hij het nog steeds eng vindt.

Naar nu

Herken jij dat?

Morgen je spreekbeurt. Vanavond in bed bedenk je alles wat er mis kan gaan. Je stem doet raar. Je vergeet je tekst. Iemand lacht.

Je hoopt een klein beetje dat je ziek wordt.

En dan sta je er, en begint het. Het eerste zinnetje is het ergst. Daarna hoor je jezelf gewoon praten, en voor je het weet ben je bij je laatste plaatje.

De zenuwen gingen niet weg vóór je begon. Ze gingen weg terwijl je bezig was.

Gewoon doen? Mooi niet. Ik verzin een smoesje en ben er voorgoed vanaf!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wat schuif jij voor je uit omdat je het te spannend vindt?
  • Welk smoesje gebruik jij het vaakst?
  • Wat zou je doen als je wist dat het niet erg was om te mislukken?

Spiegelzin

Het liefst zou ik zeggen dat ik het vergeten was, maar ik heb geleerd dat de zenuwen pas weggaan zodra je toch begint.

Van 20

Spelregels in de woestijn

Het volk is vrij. Ze zijn weg uit Egypte en ze kunnen doen wat ze willen.

En dat gaat mis. Want als niemand iets heeft afgesproken, is degene met de grootste mond de baas. Overal in het kamp is ruzie: van wie is die geit, wie mag er als eerste bij de put, wie zei dat nou precies.

klimt de berg op. Beneden staat het hele volk te wachten, en de berg zelf rookt en dreunt alsof er onweer in zit. Daarboven geeft aan Mozes tien afspraken. De eerste paar gaan over God zelf. De rest gaat over hoe mensen met elkaar omgaan, en die zijn kort. Neem niet wat van een ander is. Zeg geen dingen over iemand die niet waar zijn. Loop niet de hele tijd te verlangen naar wat je buurman heeft. En: één dag in de week doe je niets.

Het zijn geen strafregels. Het zijn afspraken die ervoor zorgen dat je met elkaar kunt leven zonder dat het elke dag ruzie is.

Mozes komt de berg af met twee stenen platen in zijn armen, door God zelf beschreven.

Zonder regels wint niet de vrijheid. Zonder regels wint de sterkste.

Naar nu

Herken jij dat?

Voetballen op het plein zonder scheidsrechter en zonder lijnen. De eerste twee minuten is het leuk. Dan pakt iemand de bal met zijn handen, roept iemand anders dat het buitenspel was, en is er ruzie.

Pas als je hebt afgesproken waar het doel staat en wat niet mag, kun je echt spelen.

Thuis werkt het net zo. Die regel dat de tablet of telefoon aan tafel weggaat, is irritant. Maar hij zorgt er wel voor dat er gepraat wordt.

Regels volgen? Dacht het niet. Ik verzin gewoon mijn eigen regels — precies zo dat ik altijd win!

Kijk eens in de spiegel:

  • Welke regel vind jij thuis of op school het stomst?
  • Waar is die regel eigenlijk voor bedoeld, denk je?
  • Welke regel zou jij invoeren als jij het één dag voor het zeggen had?

Spiegelzin

Het liefst zou ik zelf de regels maken die alleen mij uitkomen, maar ik heb geleerd dat zonder regels niet de vrijheid wint, maar de sterkste.