Van 6

Bouw je eigen boot

De wereld is vol geworden van ruzie en lawaai. Het is één grote bende, en besluit opnieuw te beginnen.

Hij geeft de opdracht een enorme boot te bouwen. Midden op het droge. Iedereen ligt in een deuk: een schip op het land, hoe verzin je het.

Noach timmert door. Jaren.

Als het af is, gaat hij naar binnen met zijn gezin en van elke diersoort een stel. De deur gaat dicht.

En dan begint het te regenen. Het water stijgt en stijgt, en buiten wordt alles meegesleurd. Binnen, tussen de houten wanden, is het stil.

Veertig dagen. En daarna nog heel lang wachten tot er weer land is.

Een storm van gedoe kun je niet uitzetten. Je kunt wel een plek maken waar hij even niet binnenkomt.

Naar nu

Herken jij dat?

Het is onrustig in je klas. Ruzie op het plein, vervelende opmerkingen tijdens de pauze, iedereen is boos op iedereen en niemand weet meer waarom het begon. Je wordt er doodmoe van.

Jij gaat de hele klas niet veranderen. Dat kun je niet, en het is ook je taak niet.

Wat je wel kunt: niet meepraten. En twee mensen opzoeken bij wie het rustig is, om iets te doen dat niets met het gedoe te maken heeft.

Dat is jouw boot. Hij is niet groot. Maar hij drijft.

Iedereen meenemen? Vergeet het maar. Ik bouw mijn eigen boot en laat de rest lekker zwemmen!

Kijk eens in de spiegel:

  • Waar ga jij heen als het in je hoofd of op school te druk wordt?
  • Wie neem jij mee aan boord?
  • Wanneer deed jij mee met gedoe waar je eigenlijk buiten had willen blijven?

Spiegelzin

Het liefst zou ik iedereen die ruzie maakt gewoon achterlaten, maar ik heb geleerd dat je de hele klas niet kunt veranderen — je kunt alleen je eigen boot bouwen.

Van 11

De toren die te hoog werd

Iedereen op aarde spreekt dezelfde taal. Ze verstaan elkaar zonder moeite en ze kunnen alles samen.

Dan krijgen ze een groot idee. Laten we een toren bouwen die tot in de wolken komt. Dan ziet iedereen hoe geweldig wij zijn.

De toren gaat de lucht in. Steen op steen op steen.

En hoe hoger hij komt, hoe minder ze naar elkaar luisteren. Iedereen is bezig met de toren en niemand nog met de mensen ernaast.

Dan haalt hun taal door elkaar. Ze staan naast elkaar en verstaan er niets meer van. Het bouwen stopt en iedereen gaat een andere kant op.

De toren is nooit afgekomen.

Ze spraken allemaal dezelfde taal en verstonden elkaar toch niet. Dat scheelt blijkbaar minder dan je zou denken.

Naar nu

Herken jij dat?

Je bouwt met een paar vrienden een hut in de tuin. In het begin gaat het goed. Maar hoe groter de hut wordt, hoe meer iedereen zijn eigen zin wil doordrijven — de een wil een dak van takken, de ander van een deken, een derde vindt dat het allemaal anders moet. Iedereen roept, niemand luistert.

Jullie spreken allemaal Nederlands. En toch verstaan jullie elkaar niet.

Het enige dat helpt is even stil te zijn, naar iemand toe te lopen en gewoon te vragen: zullen we dit doen?

Naar hem luisteren? Nooit geweest. Ik hoop stiekem dat zijn hele toren instort!

Kijk eens in de spiegel:

  • Merk jij ook dat roepen sneller ruzie geeft dan gewoon praten?
  • Wanneer luisterde jij echt naar iemand die iets anders vond dan jij?
  • Bij wie zou je vandaag liever even gaan zitten, in plaats van ertegen te blijven roepen?

Spiegelzin

Het liefst zou ik gewoon blijven roepen tot iedereen het met mij eens was, maar ik heb geleerd dat je elkaar niet beter verstaat door harder te roepen — alleen door echt te luisteren.

Van 12

De grote verhuizing

heeft een prima leven. Een vaste plek, familie om zich heen, alles bekend. En hij is niet jong meer.

Dan zegt tegen hem: ga weg hier. Naar een land dat ik je wijzen zal.

Geen kaart. Geen adres. Geen idee hoe lang het duurt of hoe het eruitziet als hij er is. Alleen dat het goed zal zijn.

Hij pakt zijn spullen. Hij neemt zijn vrouw mee, en zijn neef, en alles wat hij bezit. En hij loopt de stadspoort uit.

Wat hij achterlaat is zeker. Wat hij tegemoet loopt is dat niet.

*(Verderop in het boek heet hij Abraham. Dat is dezelfde man; hij krijgt onderweg een nieuwe naam.)*

Het vertrekken is het moeilijkste deel. Niet omdat het nieuwe eng is, maar omdat het oude veilig is.

Naar nu

Herken jij dat?

De avond voor je eerste dag op een nieuwe school. Of voor je eerste training bij een club waar je niemand kent. Je maag knijpt samen en je wilt onder je dekbed blijven tot het over is.

En dan ga je toch. Je fietst erheen, je zet je fiets neer, je loopt naar binnen. Dat is het engste stuk: die twintig meter.

Drie weken later fiets je er gewoon heen zonder erbij na te denken. En weet je niet meer precies waar je zo bang voor was.

Vertrekken? Ik denk het niet. Ik blijf lekker thuis en doe alsof de rest van de wereld niet bestaat!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wat vind jij het spannendst aan iets nieuws?
  • Wanneer bleek iets engs achteraf hartstikke mee te vallen?
  • Wat zou je doen als je zeker wist dat het goed kwam?

Spiegelzin

Het liefst zou ik zeggen dat ik geen zin had, maar ik heb geleerd dat het engste stuk van iets nieuws bijna altijd maar twintig meter lang is.