Van 26 en 22

De nacht dat iedereen wegliep

weet dat er iets ergs gaat gebeuren. Bij het laatste eten met zijn vrienden zegt hij het hardop: straks laten jullie me allemaal alleen.

wordt bijna boos. *Ik niet. Nooit.*

Later die avond zit Jezus in een tuin en hij is bang. Echt bang. Hij vraagt zijn drie beste vrienden om wakker bij hem te blijven. Als hij terugkomt, slapen ze. Hij maakt ze wakker. Als hij weer terugkomt, slapen ze alweer.

Dan komen de soldaten. En dan rennen ze allemaal weg.

Alleen Petrus loopt op afstand mee, tot op een binnenplaats waar een vuurtje brandt. Iemand kijkt hem aan en zegt: jij hoorde toch bij hem? *Nee.* Even later weer. *Ik ken die man niet.* En een derde keer. *Ik weet niet waar je het over hebt.*

Dan kraait er een haan. Petrus staat op, loopt naar buiten en huilt.

Wat er daarna gebeurt is het ergste. Jezus wordt gedood. Zijn vrienden zijn er niet bij; een paar vrouwen staan op afstand te kijken. Hij wordt in een graf gelegd en er gaat een steen voor.

En op de derde dag is dat graf leeg.

Petrus liegt niet omdat hij slecht is. Hij liegt omdat hij bang is, en dat is een heel gewone reden.

Naar nu

Herken jij dat?

Je hebt een vriend van vroeger. Jullie hebben duizend keer bij elkaar gespeeld. Maar op school hoort hij niet bij de groep waar jij nu bij hoort.

En dan staat hij ineens naast je op het plein, waar iedereen bij is. Iemand vraagt lachend: is dat een vriend van jou? En jij haalt je schouders op en zegt: valt wel mee.

Je hebt niet gelogen, vind je zelf. Je hebt het alleen even kleiner gemaakt. Maar hij heeft het gehoord, en jij weet dat hij het gehoord heeft, en de rest van de dag zit het in je maag.

deed het drie keer op één avond. En hij was echt de beste vriend die er was.

Eerlijk zijn dat ik met hem omga? Zal ik wel laten. Straks weten ze dat ik ook een sukkel ben!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wanneer maakte jij een vriendschap even kleiner omdat er anderen bij stonden?
  • Wanneer had iemand jou nodig en viel jij in slaap, of keek je net even de andere kant op?
  • Wie zou er bij jou blijven staan als het echt misging? Weet diegene dat van jou?

Spiegelzin

Het liefst zou ik zeggen dat hij niet echt mijn vriend was, maar ik heb geleerd dat ik dat meestal alleen zeg als ik zelf bang ben — en dat is een heel gewone reden.

Van 20

Durf te vragen

Na alles wat er gebeurd is, zitten de vrienden bij elkaar achter een dichte deur. Ze zijn bang.

is er die keer niet bij. Als hij terugkomt, praat iedereen door elkaar heen: we hebben hem gezien.

Thomas gelooft het niet. Hij zegt: ik wil het zelf zien. Ik wil het met mijn eigen handen voelen. Anders niet.

Dat is een moedige zin, want hij staat er helemaal alleen mee. Al zijn vrienden zeggen iets anders dan hij.

Een week later is hij er wél bij. En dan hoort hij: kom maar. Kijk maar. Voel maar.

Er staat niet bij of Thomas dat toen ook echt gedaan heeft. Alleen dat hij niet meer twijfelde.

Hij heeft er een bijnaam aan overgehouden die nergens op slaat: ongelovige Thomas. Terwijl hij de enige was die hardop zei wat hij dacht.

Die bijnaam doet hem tekort. Thomas zei gewoon hardop wat hij dacht, op precies het moment dat iedereen al iets anders geloofde.

Naar nu

Herken jij dat?

Op school gaat een verhaal rond. Iemand heeft iets gedaan, of er gaat iets gebeuren, en iedereen weet het zeker. Vraag je waar ze het vandaan hebben, dan zegt iemand: van Sem gehoord. En Sem heeft het van iemand anders.

Als jij dan vraagt "weet je dat zeker?", kijken ze je aan alsof je vervelend doet. Meeknikken is makkelijker.

En dan die andere kant. Je zit in de klas en je snapt de som niet. Je kijkt om je heen en niemand steekt zijn vinger op. Dus jij ook niet. Achteraf blijkt dat de halve klas het niet snapte.

Wie iets vraagt, vraagt het meestal voor meer mensen dan alleen zichzelf.

Vragen stellen? Zonde van de tijd. Ik knik lekker overal in mee en noem hém de rare van het stel!

Kijk eens in de spiegel:

  • Wanneer knikte jij mee terwijl je het eigenlijk niet geloofde?
  • Wat durf jij niet te vragen in de klas? Wat zou er echt gebeuren als je het wel deed?
  • Wie stelt bij jou in de buurt de vragen die jij niet durft te stellen?

Spiegelzin

Het liefst zou ik meeknikken zonder iets te snappen, maar ik heb geleerd dat wie een vraag durft te stellen, dat meestal voor meer mensen doet dan alleen zichzelf.

Van 2

Een wonderlijke taalles

De vrienden zitten met z'n allen in één huis. Opeens klinkt er een geluid als van harde wind, en het is alsof er kleine vlammen boven hun hoofden staan.

Ze gaan naar buiten, de straat op. Het is druk in de stad. Er zijn mensen uit alle windstreken.

En dan komt het wonderlijke deel. De vrienden praten, en iedereen die het hoort, hoort het in zijn eigen taal. Niet: iedereen gaat opeens dezelfde taal spreken. Iedereen hoort het in de taal van thuis.

De mensen snappen er niets van. Sommigen zeggen: die hebben te veel gedronken. Later vertellen de vrienden dat het de was die over hen kwam.

Weet je die toren nog, van eerder in dit boek? Daar liep het mis toen iedereen hetzelfde was en toch niet meer luisterde. Hier gebeurt precies het omgekeerde.

Iedereen blijft precies wie hij is, met zijn eigen taal. En juist daardoor verstaan ze elkaar.

Naar nu

Herken jij dat?

Er komt een nieuw kind in de klas dat nog bijna geen Nederlands spreekt. En de hele klas gaat langzaam en hard praten, alsof hij een beetje doof is.

Dan is er één iemand die iets anders doet. Die gaat naast hem zitten en wijst dingen aan. Of tekent het even. Of leert drie woorden in zijn taal en zegt ze helemaal verkeerd, waar iedereen om moet lachen — hij ook.

Dat werkt. Niet omdat het handiger is, maar omdat die ene niet zat te wachten tot de ander werd zoals hij.

Rustig aanpassen? Zoveel moeite. Ik stamp het gewoon in zijn oor als het nodig is!

Kijk eens in de spiegel:

  • Tegen wie praat jij weleens harder of langzamer dan nodig is?
  • Wat kun jij wat niemand anders in je klas kan? Wie weet dat eigenlijk?
  • Welke drie woorden zou jij willen leren in de taal van iemand anders?

Spiegelzin

Het liefst zou ik gewoon harder praten, maar ik heb geleerd dat je elkaar niet beter verstaat door je stem te verheffen — alleen door net iets anders te doen dan de rest.