
Van 3
Opeens zie je alles
en wonen in een tuin waar alles goed is. heeft ze één regel gegeven: blijf van die ene boom af.
En ja. Als iets niet mag.
Er is een slang die fluistert: neem er nou een hap van. Dan weet je pas echt hoe het zit.
Ze nemen een hap. En meteen is alles anders.
Hun ogen gaan open. Ze zien de wereld niet meer als een plek waar alles vanzelf goed komt. Ze snappen wat gevaar is. Ze kijken naar zichzelf en denken: wij hebben helemaal niets aan.
Voor het eerst schamen ze zich. Ze kruipen weg in de bosjes en hopen dat niemand ze ziet.
De tijd waarin ze nergens over nadachten, is voorbij. En die komt niet meer terug.
Naar nu
Herken jij dat?
Je hoort per ongeluk iets dat niet voor jou bedoeld was. Grote mensen die ruzie maken in de keuken terwijl ze denken dat je slaapt. Of iets op het Jeugdjournaal waar je 's avonds nog aan moet denken.
Vroeger dacht je daar niet over na. Nu wel. En je kunt niet meer terug naar hoe het was.
Of dit. Je zegt iets gemeens en je ziet het gezicht van de ander veranderen. Op dat moment weet je precies wat je hebt gedaan. Je wordt er warm van en je wilt onzichtbaar zijn.
Sorry zeggen? Zal ik wel laten. Ik wijs gewoon naar de eerste de beste die in de buurt staat!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer wilde jij je het liefst heel klein maken?
- Wat weet je nu, wat je liever niet had geweten?
- Zou je terug willen naar hoe klein je vroeger was? Denk even echt na.
Spiegelzin
Het liefst zou ik doen alsof ik het niet had gehoord, maar ik heb geleerd dat je niet meer terug kunt naar niet-weten, hoe graag je dat soms ook zou willen.

Van 4
Het groene monster
en zijn broers. Ze geven allebei een cadeau. Kaïn brengt graan van zijn land, Abel brengt zijn beste schaap.
En dan gebeurt er iets pijnlijks. vindt het cadeau van Abel mooi. Dat van Kaïn niet.
Kaïn wordt woedend. Niet meteen — het begint met een gezicht dat op onweer staat. God zegt tegen hem: pas op, dit gevoel ligt op de loer als een dier voor je deur. Jij kunt het de baas.
Maar hij luistert niet.
Hij vraagt zijn broer of hij meegaat het veld in. En daar slaat hij hem dood.
Als God later vraagt waar Abel is, zegt Kaïn: hoe moet ik dat weten? Moet ik soms op mijn broer passen?
Het is het eerste verhaal in de Bijbel over twee mensen die ruzie krijgen. Het loopt meteen zo slecht af als het maar kan.
Naar nu
Herken jij dat?
Je hebt weken geoefend op je tekst voor de musical. Je kent elk woord. En wie krijgt de hoofdrol? Dat meisje dat gisteren pas voor het eerst kwam kijken. Zij krijgt alle complimenten.
Je zegt tegen een vriend: ze bakt er anders niks van.
Dat is dat groene monster. Je hoopt dat je zelf een stukje groter wordt door haar kleiner te maken.
Het werkt trouwens niet. Je voelt je er meestal beroerder door.
Blij zijn voor haar? Mooi niet. Ik zeg gewoon dat ze het toch niet verdiende!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer zei jij iets lelijks over iemand die juist iets goed had gedaan?
- Waar in je lijf zit jaloezie bij jou? In je buik, je keel, achter je ogen?
- Stel dat jíj de hoofdrol had gekregen. Had je dan gemerkt hoe de ander zich voelde?
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ze niet eens zo goed was, maar ik heb geleerd dat jaloezie meestal gewoon verdriet is met een vermomming om.

Van 6
Bouw je eigen boot
De wereld is vol geworden van ruzie en lawaai. Het is één grote bende, en besluit opnieuw te beginnen.
Hij geeft de opdracht een enorme boot te bouwen. Midden op het droge. Iedereen ligt in een deuk: een schip op het land, hoe verzin je het.
Noach timmert door. Jaren.
Als het af is, gaat hij naar binnen met zijn gezin en van elke diersoort een stel. De deur gaat dicht.
En dan begint het te regenen. Het water stijgt en stijgt, en buiten wordt alles meegesleurd. Binnen, tussen de houten wanden, is het stil.
Veertig dagen. En daarna nog heel lang wachten tot er weer land is.
Naar nu
Herken jij dat?
Het is onrustig in je klas. Ruzie op het plein, vervelende opmerkingen tijdens de pauze, iedereen is boos op iedereen en niemand weet meer waarom het begon. Je wordt er doodmoe van.
Jij gaat de hele klas niet veranderen. Dat kun je niet, en het is ook je taak niet.
Wat je wel kunt: niet meepraten. En twee mensen opzoeken bij wie het rustig is, om iets te doen dat niets met het gedoe te maken heeft.
Dat is jouw boot. Hij is niet groot. Maar hij drijft.
Iedereen meenemen? Vergeet het maar. Ik bouw mijn eigen boot en laat de rest lekker zwemmen!
Kijk eens in de spiegel:
- Waar ga jij heen als het in je hoofd of op school te druk wordt?
- Wie neem jij mee aan boord?
- Wanneer deed jij mee met gedoe waar je eigenlijk buiten had willen blijven?
Spiegelzin
Het liefst zou ik iedereen die ruzie maakt gewoon achterlaten, maar ik heb geleerd dat je de hele klas niet kunt veranderen — je kunt alleen je eigen boot bouwen.