
Van 12
De grote verhuizing
heeft een prima leven. Een vaste plek, familie om zich heen, alles bekend. En hij is niet jong meer.
Dan zegt tegen hem: ga weg hier. Naar een land dat ik je wijzen zal.
Geen kaart. Geen adres. Geen idee hoe lang het duurt of hoe het eruitziet als hij er is. Alleen dat het goed zal zijn.
Hij pakt zijn spullen. Hij neemt zijn vrouw mee, en zijn neef, en alles wat hij bezit. En hij loopt de stadspoort uit.
Wat hij achterlaat is zeker. Wat hij tegemoet loopt is dat niet.
*(Verderop in het boek heet hij Abraham. Dat is dezelfde man; hij krijgt onderweg een nieuwe naam.)*
Naar nu
Herken jij dat?
De avond voor je eerste dag op een nieuwe school. Of voor je eerste training bij een club waar je niemand kent. Je maag knijpt samen en je wilt onder je dekbed blijven tot het over is.
En dan ga je toch. Je fietst erheen, je zet je fiets neer, je loopt naar binnen. Dat is het engste stuk: die twintig meter.
Drie weken later fiets je er gewoon heen zonder erbij na te denken. En weet je niet meer precies waar je zo bang voor was.
Vertrekken? Ik denk het niet. Ik blijf lekker thuis en doe alsof de rest van de wereld niet bestaat!
Kijk eens in de spiegel:
- Wat vind jij het spannendst aan iets nieuws?
- Wanneer bleek iets engs achteraf hartstikke mee te vallen?
- Wat zou je doen als je zeker wist dat het goed kwam?
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik geen zin had, maar ik heb geleerd dat het engste stuk van iets nieuws bijna altijd maar twintig meter lang is.

Van 22
Hou niet te strak vast
heeft heel lang op een zoon gewacht. Als er eindelijk is, is hij alles voor hem.
En dan vraagt hem het zwaarste wat er bestaat. Hij moet zijn zoon opgeven.
Abraham zegt niets terug. Hij staat 's ochtends vroeg op, zadelt zijn ezel en gaat op weg. Drie dagen lopen ze samen. Onderweg vraagt Isaak iets, en Abraham geeft een antwoord dat eigenlijk geen antwoord is.
Boven op de berg, op het allerlaatste moment, roept een engel hem toe. Stop. Doe hem niets.
Er staat een ram in de struiken.
Ze lopen samen naar beneden. Maar er staat nergens meer bij dat ze onderweg nog iets tegen elkaar zeiden.
Naar nu
Herken jij dat?
Er is iets wat je heel graag hebt. Een vriendschap bijvoorbeeld. En juist omdat je die zo graag wilt houden, ga je er raar van doen.
Je wordt boos als hij een keer met iemand anders speelt. Je vraagt voor de tiende keer of jullie nog wel beste vrienden zijn. Je let op wie hij aankijkt in de pauze.
En dan gebeurt het gekke: door zo hard te knijpen, duw je hem weg.
Bij spullen werkt het anders dan bij mensen. Hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.
Delen? Echt niet. Ik hou hem zo stevig vast dat niemand anders meer bij hem in de buurt komt!
Kijk eens in de spiegel:
- Heb jij weleens iemand zo stevig vastgehouden dat het benauwd werd?
- Hoe voelt het als iemand jou geen ruimte geeft?
- Wat vind je van dit verhaal? Je mag het ook gewoon een naar verhaal vinden.
Spiegelzin
Het liefst zou ik hem voor mezelf houden, maar ik heb geleerd dat hoe steviger je een mens vasthoudt, hoe minder je overhoudt.

Van 28
De bijzondere steen
Jakob is op de vlucht voor zijn broer. Hij heeft hem bedrogen en nu moet hij weg.
De avond valt en hij is nergens. Geen dorp, geen huis, geen mens. Hij gaat liggen in het zand en legt zijn hoofd op een steen.
En daar, op die steen, in het slechtste bed van zijn leven, droomt hij. Hij ziet een trap die van de grond tot in de hemel reikt, met engelen die op en neer gaan.
Als hij wakker wordt, kijkt hij om zich heen naar hetzelfde lege zand als gisteravond.
Hij zegt: was hier, en ik wist het niet.
Dan zet hij die steen rechtop, geeft de plek een naam — , huis van God — en loopt verder. Later krijgt zelf ook een nieuwe naam: Israël.
Naar nu
Herken jij dat?
Je fietst elke dag door dezelfde straat. Je kent elke stoeptegel en er is niks aan.
Tot je op een ochtend stilstaat bij een spinnenweb dat vol dauwdruppels hangt en in de zon staat te glinsteren.
Die straat was gisteren precies hetzelfde. En eergisteren ook. Alleen keek je niet.
Het gekke is dat zulke momenten meestal niet komen op de dagen dat je er zin in hebt. Ze komen als je moe bent, of te laat, of chagrijnig.
Opletten? Waarom zou ik. Er gebeurt toch nooit iets bijzonders op zo'n saaie plek!
Kijk eens in de spiegel:
- Wanneer zag jij iets heel gewoons dat ineens mooi was?
- Wat is de saaiste plek die je kent? Wat zou je daar zien als je een minuut stil bleef staan?
- Wat is jouw steen — een plek waar iets gebeurde dat je niet vergeet?
Spiegelzin
Het liefst zou ik doen alsof ik niets bijzonders zag, maar ik heb geleerd dat de gewoonste plekken soms precies zijn waar iets belangrijks gebeurt.