
Van 3
De struik die niet opbrandde
past op de schapen van zijn schoonvader. Hij is ver van huis en ver van iedereen. Vroeger woonde hij in een paleis. Nu loopt hij hier, met een stok.
Dan ziet hij iets vreemds. Een doornstruik staat in brand. Maar hij brandt niet op. De vlammen gaan door en de struik blijft staan.
Hij loopt ernaartoe om het beter te zien. En uit het vuur roept zijn naam.
Hij krijgt een opdracht: ga terug, en haal je volk daar weg.
Mozes begint meteen te sputteren. Wie ben ik nou? Ze geloven me nooit. Ik kan helemaal niet goed praten, dat weet u toch?
Vier keer probeert hij eronderuit te komen. Vier keer.
En dan gaat hij.
Naar nu
Herken jij dat?
Morgen je spreekbeurt. Vanavond in bed bedenk je alles wat er mis kan gaan. Je stem doet raar. Je vergeet je tekst. Iemand lacht.
Je hoopt een klein beetje dat je ziek wordt.
En dan sta je er, en begint het. Het eerste zinnetje is het ergst. Daarna hoor je jezelf gewoon praten, en voor je het weet ben je bij je laatste plaatje.
De zenuwen gingen niet weg vóór je begon. Ze gingen weg terwijl je bezig was.
Gewoon doen? Mooi niet. Ik verzin een smoesje en ben er voorgoed vanaf!
Kijk eens in de spiegel:
- Wat schuif jij voor je uit omdat je het te spannend vindt?
- Welk smoesje gebruik jij het vaakst?
- Wat zou je doen als je wist dat het niet erg was om te mislukken?
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik het vergeten was, maar ik heb geleerd dat de zenuwen pas weggaan zodra je toch begint.

Van 20
Spelregels in de woestijn
Het volk is vrij. Ze zijn weg uit Egypte en ze kunnen doen wat ze willen.
En dat gaat mis. Want als niemand iets heeft afgesproken, is degene met de grootste mond de baas. Overal in het kamp is ruzie: van wie is die geit, wie mag er als eerste bij de put, wie zei dat nou precies.
klimt de berg op. Beneden staat het hele volk te wachten, en de berg zelf rookt en dreunt alsof er onweer in zit. Daarboven geeft aan Mozes tien afspraken. De eerste paar gaan over God zelf. De rest gaat over hoe mensen met elkaar omgaan, en die zijn kort. Neem niet wat van een ander is. Zeg geen dingen over iemand die niet waar zijn. Loop niet de hele tijd te verlangen naar wat je buurman heeft. En: één dag in de week doe je niets.
Het zijn geen strafregels. Het zijn afspraken die ervoor zorgen dat je met elkaar kunt leven zonder dat het elke dag ruzie is.
Mozes komt de berg af met twee stenen platen in zijn armen, door God zelf beschreven.
Naar nu
Herken jij dat?
Voetballen op het plein zonder scheidsrechter en zonder lijnen. De eerste twee minuten is het leuk. Dan pakt iemand de bal met zijn handen, roept iemand anders dat het buitenspel was, en is er ruzie.
Pas als je hebt afgesproken waar het doel staat en wat niet mag, kun je echt spelen.
Thuis werkt het net zo. Die regel dat de tablet of telefoon aan tafel weggaat, is irritant. Maar hij zorgt er wel voor dat er gepraat wordt.
Regels volgen? Dacht het niet. Ik verzin gewoon mijn eigen regels — precies zo dat ik altijd win!
Kijk eens in de spiegel:
- Welke regel vind jij thuis of op school het stomst?
- Waar is die regel eigenlijk voor bedoeld, denk je?
- Welke regel zou jij invoeren als jij het één dag voor het zeggen had?
Spiegelzin
Het liefst zou ik zelf de regels maken die alleen mij uitkomen, maar ik heb geleerd dat zonder regels niet de vrijheid wint, maar de sterkste.

Van 14
De taaie woestijnreis
Ze zijn onderweg naar een nieuw land. Het is heet, het is zwaar, en het duurt lang.
Er worden twaalf mannen vooruitgestuurd om te kijken. Tien van hen komen terug met slecht nieuws: het is prachtig daar, maar de mensen zijn reuzen en wij zijn sprinkhanen. Twee zeggen: het kan wel.
Er wordt naar de tien geluisterd.
Die nacht huilt het hele kamp. Ze zeggen tegen elkaar: waren we maar in Egypte gebleven, daar hadden we tenminste eten. Ze vergeten even dat ze daar slaaf waren.
En dan lopen ze veertig jaar rond in de woestijn. Kinderen worden onderweg geboren en leren lopen in het zand; ze groeien op en krijgen zelf kinderen, zonder ooit iets anders gezien te hebben dan tenten en steen. Pas hun kinderen komen aan. Niet zij.
Naar nu
Herken jij dat?
Je zit drie weken op een nieuwe school. Alles is anders, je weet nog niet waar je moet zitten in de pauze, en je mist je oude klas ineens vreselijk.
Terwijl je daar vaak baalde. Dat weet je best. Je voelt het alleen niet.
Dit is het lastigste stuk. Niet het begin en niet het eind, maar het midden. Het oude is weg en het nieuwe is er nog niet.
Dat duurt bij iedereen even. En bij niemand precies even lang.
Volhouden? Zoek het maar uit. Ik laat hem gewoon achter met al zijn gezeur over vroeger!
Kijk eens in de spiegel:
- Waar wilde jij mee stoppen omdat het te lang duurde?
- Welk vroeger maak jij weleens mooier dan het was?
- Wat helpt jou als je middenin iets zit dat nog niet af is?
Spiegelzin
Het liefst zou ik zeggen dat ik nooit meer ga, maar ik heb geleerd dat het lastigste stuk altijd het midden is — niet het begin en niet het eind.